ALGEMENE BESCHOUWINGEN KADERNOTA 2022-2025

4 maanden geleden door

Voorzitter, collegeleden, collega raadsleden en belangstellenden, Laat ik maar eens beginnen met een aantal belangrijke items die u als college in de inleiding van de kadernota hebt aangegeven en die het vermelden meer dan waard zijn: dit is de laatste kadernota voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar waarin wij onze visie neerleggen voor de komende vier jaar. Deze raadsperiode hebben wij gewerkt met het bestuursprogramma “samen voor Bernheze”, dat voor het grootste deel is uitgevoerd en bovendien tot de conclusie leidt dat we als Bernheze een financieel gezonde gemeente zijn. Een resultaat waar we als bestuur en organisatie trots op kunnen en mogen zijn, en dat mag ook wel eens gezegd worden in deze moeilijke tijden.
Ook nauwelijks bezuinigingen voor het komende jaar. Daartegenover staat wel een lastenverzwaring van 2% extra onroerendzaakbelasting voor de jaren 2022 t/m 2024 bovenop de 1,4 % prijsindex voor 2022. Onze fractie heeft daar wel enige moeite mee gehad omdat zo’n 2% voor de komende jaren wel cumulatief doorwerkt. Alles afwegende kunnen wij hier uiteindelijk mee instemmen.
Met de investeringen die u voorstelt voor het komende begrotingsjaar kunnen wij instemmen. Wij voegen daar geen nieuwe aan toe, omdat wij het nieuwe college niet nu al op voorhand daarmee willen belasten. Dat wil niet zeggen dat we nu al freewheelend naar de verkiezingen op weg kunnen, want er is nog heel veel te doen.
Tijdens de behandeling van de kadernota in de diverse commissies zijn al heel veel onderwerpen de revue gepasseerd en vragen beantwoord. Ook de beantwoording van de technische vragen die door ons zijn ingediend leverde veel informatie op. Waarvoor onze dank. En laten we niet vergeten dat de afgelopen maanden veel zaken de revue zijn gepasseerd zoals de organisatieontwikkeling, de visie en dienstverlening, de openbare orde en veiligheid (zie de behandeling van het rekenkamerrapport) en economische zaken met de vaststelling van de nota economie in de vorige raasvergadering. Dat betekent voor ons als LOKAAL dat wij ons bij deze algemene beschouwingen daarop niet zullen richten, maar ons zullen beperken tot de bespreking van een aantal hoofdthema’s die overigens ook in de nieuwe bestuursperiode volop de aandacht zullen opeisen.Voorzitter, laat ik beginnen met de klimaatproblematiek, en de energiestrategie. Dit laatste
onderwerp staat wederom op de agenda voor vanavond.
Het interview dat wethouder Wijdeven gaf in het Brabants Dagblad van 6 mei jl. waarin hij
een fors pleidooi hield voor windenergie en de regie in eigen hand houden waar het betreft
de bouw van windmolens, sprak ons zeer aan. Voor het overige verwijs ik naar al genoemd
agendapunt van vanavond.
Een ander onderwerp dat niet van de agenda zal verdwijnen is de woningbouw: de
toekomstige woonvisie die er wat ons betreft zo snel mogelijk moet komen en de opzet naar
de omgevingswet zien wij als koppelkansen richting de transitie in de landbouw en het
buitengebied en de omvorming van de Wildhorst.
De woningbouwopgave is groot. Mogelijkheden voor woningbouw in de kernrandzones en
het realiseren van kleine woonblokken in de vorm van tiny houses, zowel voor de jeugd als
senioren, zijn voor LOKAAL belangrijke items, naast het nadruk leggen op woningen voor al
genoemd de ouderen, maar ook de starters, de statushouders/migranten en het bouwen
van sociale huurwoningen.
In 2023 wordt een regionaal woonbehoefteonderzoek uitgevoerd, maar dat heeft betrekking
op de regio als geheel waarbij voor elke gemeente een apart deel wordt gemaakt. Is dat niet
te globaal en geeft de uitkomst van zo’n onderzoek wel voldoende weer waar de knelpunten
zich vooral gaan voordoen in onze diverse kernen om onze woonvisie daarop te kunnen
aanpassen?
De woningbouwopgave voor 2022 bedraagt 278 woningen waarbij u een verdeling aangeeft
over de diverse kernen. In o.a. Loosbroek maakt men zich zorgen: wij hopen dat het met de
grondaankopen aldaar wil vlotten, de bezwaarschriftenprocedures bij de Raad van State
m.b.t. de Schaapsdijk snel tot een afronding zullen komen en er aandacht voor initiatieven
zal zijn voor inbreidingslocaties.
Een ander onderwerp dat we nu niet onbesproken willen laten is de Maashorst. We willen
niet vooruitlopen op de extra bijeenkomst die voor ons als raadsleden nog gaat volgen, en
de besluitvorming die via commissie en raad gaat plaatsvinden.
De discussie gaat naar de mening van LOKAAL nu te veel over de grote grazers en de
daarmee samenhangende veiligheid. Uitermate belangrijk weliswaar, maar met de
toegezegde en te realiseren maatregelen waar het bestuurlijk regie team nog voor de
zomerperiode zijn fiat aan heeft gegeven, kunnen wij volledig instemmen.
Maar de Maashorst is veel meer dan dat. Een prachtig recreatief en ecologisch gebied waar
een natuureducatief centrum behouden dient te blijven en verplaatsing wat ons betreft niet
aan de orde is. Dat willen wij alvast meegeven. Een vermindering van de bijdrage aan de
Maashorst van € 25.000 vinden wij wel erg willekeurig en willen wij in de nog te volgen
discussie inbrengen.
In de commissie MZ hebben wij onze zorgen uitgesproken over de nieuwe
financieringssystematiek voor de gespecialiseerde jeugdzorg. Wij komen hier nogmaals op
terug omdat het onder andere om een andere denk- en werkwijze vraagt van het basisteam
Jeugd en Gezin. Worden de medewerkers van het BJG daarin voldoende geschoold zeker
met het oog op de kostenbeheersing die daar gaat plaatsvinden.Een ander zorgpunt is waar Bernheze staat als het gaat om de preventieve jeugdhulp. Er komen daar extra financiële middelen voor beschikbaar. Op welke wijze gaan wij deze inzetten? Er vinden naar ons oordeel te weinig activiteiten voor jongeren plaats. Zijn er jongerenwerkers beschikbaar die de straat opgaan om jongeren te ondersteunen, ook op het terrein van eenzaamheid, zeker nu in deze coronatijd. En in het verlengde daarvan liggend: Tijdens het vragenuurtje in de raadsvergadering van 7 december 2020 hebben wij u gevraagd of u van plan bent het per gemeente beschikbaar gestelde subsidiebedrag voor verveelde jeugd van het ministerie van VWS van €10.000 in te zetten voor activiteiten voor deze jeugdigen in de leeftijdscategorie van 12 tot 25 jaar. Het gaat daarbij om jongeren in verband met hun fysieke en psychische gezondheid vanwege de coronacrisis. U reageerde daarop positief, maar zijn nu benieuwd op welke wijze, mogelijk ook in regionaal verband, deze gelden zijn besteed. Tot slot zien wij dat de pilot teamregisseur integrale toegang is verlengd en voor 2022 een incidentele bijdrage vraagt van € 76.000 Onze vraag daarbij is wat uit de eerste fase van deze pilot is voortgekomen, wat zijn de tussenresultaten geweest?
Tot zover voorzitter, met dank aan het college en de ambtelijke organisatie voor de zorgvuldig opgestelde en duidelijk leesbare kadernota.